PERS
Grote impact van kosten op pensioen bij premieovereenkomsten
Copyright © 2009 DORTH pensioenadvies. Alle rechten voorbehouden.
AFM | 03-06-2010
De pensioenopbouw bij beschik-
bare premieovereenkomsten (op basis van beleggingen) verschilt sterk per regeling, afhankelijk van de verschillen in de kosten, premies en bonussen. Daarbij zijn de risico’s van pensioenpremieovereenkom-
sten fors.
Dit blijkt uit het rapport ‘Doorrekening van beschikbare premieovereen-
komsten’ van de Autoriteit Financiële Markten (AFM). Goed advies en goede informatie zijn daarom cruciaal bij de aanschaf van deze pensioenproducten. Uit eerder onderzoek blijkt echter dat de advisering over deze pensioen-
producten ver onder de maat is. Voor adviseurs en verzekeraars is hier een belangrijke taak weggelegd.
De AFM heeft van 170 scenario´s de pensioenopbouw doorgerekend. Hieruit blijkt dat de pensioenopbouw sterk afhankelijk is van de inleg, kosten, premies en bonussen. Er blijft tussen de 53 cent en 90 cent per euro betaalde inleg over om te beleggen. Wanneer geen 90 cent, maar 53 cent per euro wordt belegd, leidt dit tot gemiddeld 41% lager ouderdomspensioen. Indien de kosten worden gemaximeerd op de onlangs gepubliceerde toetsnorm van het Verbond van Verzekeraars, dan leidt dit tot een 21% lager ouderdoms-
pensioen dan wanneer 90 cent per euro belegd wordt.
De inleg (staffel) bij premieovereen-
komsten is gebonden aan een fiscaal maximum.
Uit een steekproef blijkt dat de fiscale ruimte in slechts 15% van de overeenkomsten maximaal wordt benut. Bij 10% van de overeenkomsten wordt een zogenoemde vlakke staffel gehanteerd. Het verschil in ouder-
domspensioen tussen de maximale staffel en een vlakke staffel kan oplopen tot meer dan 60%.
Afgelopen jaar heeft de AFM meerdere rapporten gepubliceerd over premie-
overeenkomsten. Het totaalbeeld dat is ontstaan uit deze onderzoeken biedt reden tot zorg. Beschikbare premie-
overeenkomsten kennen veelal aanzienlijke risico´s. De informatie over kosten is onduidelijk en de kwaliteit van het advies aan de werkgever is ver onder de maat. Hierdoor hebben deelnemers aan premieovereen-
komsten onvoldoende inzicht in hun toekomstig pensioen en vaak te hoge verwachtingen.
De afgelopen jaren hebben aanbieders en sociale partners verbeteringen voorgesteld in zowel de vorm als de inhoud van de informatievoorziening over producten. Het is van groot belang dat deze verbeteringen nu ook daad-
werkelijk worden doorgevoerd. Werkgevers en werknemers moeten zich goed laten informeren zodat ze goed inzicht hebben in de risico’s en reële verwachtingen hebben over hun pensioen. Dit soort regelingen wordt voornamelijk aangeboden door verzekeraars en in zeer beperkte mate door pensioenfondsen. Voor adviseurs heeft de AFM afgelopen jaar een leidraad ‘Tweedepijler Pensioen-
advisering’ gepubliceerd.